Greet Ghesquière, Menen

Mijn naam is Greet Ghesquière, 50 jaar, alleenstaande moeder van een achtienjarige zoon (in co-ouderschap) en sedert kort wonende in Menen.  Ik ‘rol’ door het leven, gezien ik vaste rolstoelgebruikster ben sedert de buggy veel te klein werd voor mij.  Ik ‘zit’ nogal actief in het leven, stopte recent (mede door de verhuis) met werken als opvoedster/begeleidster in Dominiek Savio omdat het te lastig werd voor mij. Daarnaast heb ik een eigen vzw rond folkmuziek die ik nog zou willen uitbreiden tot management- en evenementenburo, plaats nog graag een ‘wieltje’ in het uitgaansleven, heb een grote sociale kring van allerlei pluimage en de daarbij horende activiteiten.

Het PAB-budget werd mij toegekend op 1 augustus 2001 ; net de dag voor de geboorte van mijn zoon.  Van een ‘verlossing’ gesproken, want zonder de hulp van PAB-assistenten zouden we (ons gezin) toch voor een aantal barrières gestaan hebben.  In 2008 besloot ik om alleen te gaan wonen (scheiding), weliswaar met de PAB-assistenten mee om de nodige hulp te bieden.  Lange tijd werkte ik met bedjestoppers (mantelzorgers die mij in bed kwamen stoppen op een treffelijk uur), die ik mailde om een beurtrolsysteem op te maken.  Owee als er iets plots en onvoorzien wijzigde, waardoor ik hals over kop moest zoeken naar vervanging…  In die bijna 12 jaar dat ik alleen woonde werd ik heel vaak met mijn neus op mijn afhankelijkheid en ‘mensen schoonspreken’ (lees: zagen en overbevragen) gedrukt en liep ik dikwijls met mijn koppig ‘koppeke’ tegen de muur.  Pas in het laatste jaar werd het mij duidelijk dat volledig zelfstandig wonen voor mij te hoog gegrepen was…

De strever in mij kwam naar boven en ik ‘stapte’ naar de burgemeester en de schepen voor wonen en welzijn van Roeselare (de toenmalige woonplaats) met de vraag of er in mijn geliefde stad geen woonvorm als ADO kon opgestart worden.  Maar helaas bleek er binnen Roeselare geen oplossing te bestaan om een waardig en kwalitatief leven (zorg op maat) te kunnen leiden.  Ik vond dit heel jammer omdat mijn sociaal leven en dat van mijn zoon geheel in Roeselare gesitueerd was.  Eén ding stond voor mij vast: ik wou niet geconcentreerd (enkel mensen met een beperking rond mij) gaan wonen en wou dat ook niet voor mijn zoon. 

Ik woon nu sedert eind oktober in ADO Menen en er gaat voor mij een andere wereld open. Wat ik eerst als achteruitgang zag, zie ik nu als een serieuze verbetering.  Voor mij is vrijheid blijheid!  Het kunnen kiezen op welk tijdstip iets gebeurt, is dé essentie.  De mensen die de ADL op zich nemen, zijn hier om hun job te doen (ze fungeren als mijn handen en benen) en daar heb ik enorm veel respect voor. Ik heb nu niet meer het gevoel dat ik vraag of zaag.  Ik heb het dan over dingen die voor mensen zonder beperking zo evident zijn: eten en gaan slapen wanneer ik dat wil, niet-geconditioneerd naar het toilet gaan, kunnen oproepen wanneer diverse hulp nodig is,…  Het is net alsof ik mijn leven terug in eigen handen heb. Terwijl het vroeger eerder was alsof ik geleefd werd omdat ik gebonden was aan het werkschema van de professionele hulpverleners en de goodwill van de mantelzorgers.

Mocht ADO niet meer bestaan, dan moet ik terugstappen naar mijn vroegere situatie, waarin ik veel meer gebonden was en mensen rondom mij overbevroeg.  Of ben ik gedoemd om terug in een voorziening voor mensen met een beperking te gaan leven, waar ik totaal niet thuis hoor.

Ik weet ook heel zeker dat mensen met een PAB of een PVF goedkoper zijn voor ‘vadertje staat’ dan mensen met een beperking die in een voorziening leven.